is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij konden naar het spel niet meer kijken, alleen en uitsluitend geboeid als wij waren door het gezicht van Patati. Wat deed ze daar; waarom kwam ze daar, haast avond aan avond; welke geheime, machtige attractie, komend uit de diepten van 't verleden, trok er haar telkens en telkens weer heen?

Haar strak en bijna stroef gezicht gaf heelemaal geen indruk weer. Vergeleek zij in stilte met vroeger; critisteerde zij in zichzelf; keurde zij af? Haar stugge trekken bleven onbewogen. Een jonge écuyère kwam op en reed rond en wipte op en neer en sprong door roze hoepels, zooals Patati vroeger zelve deed; en de muziek speelde hartstochtelijk-meesleepend en het publiek handklapte en juichte; maar zelfs geen uiterlijke schim van emotie ontspande of verlevendigde Patati's strakke, geverfde gelaatstrekken. Het was

alsof ze zag noch hooide, verdiept in verre, verre droomen.

* * *

Toen het uit was stond zij op en schoof omzichtig en met moeite van de planken treden. Wij volgden haar. Zij was alleen, geheel alleen. Zij strompelde heel langzaam naar den uitgang en stond daar even, alleen en roerloos wachtend in de wegstroomende menigte, onder de booglampen.

Een rijtuig kwam voor. De koetsier zag haar, sprong van zijn bok, opende 't portier.

Langzaam en met inspanning stapte zij binnen. Het rijtuig schommelde even onder haar gewicht op zijn veeren.

De koetsier deed dicht, wipte weer op zijn bok, reed met haar heen.

En 't was alsof iets onzer eigene, uit het verleden even heropgewekte jeugd, in groote eenzaamheid met haar verdween...