is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van zijn zuster! Wie was zijn zuster en wat bedoelde hij daarmee?... Ik strekte de hand uit en nam het « santje ».

In het midden stond het bleeke lithographische afbeeldsel van een jong-meisjes-portret. Er boven een zwart kruisje met een hart; er onder een naam, een zachten naam en twee datums, van geboorte en van overlijden, wel dicht bij elkaar. Mijn blik benevelde, mijn hand

beefde: 't was haar « doodsantje »!

* * *

Toen begon het knaapje met weemoedige stem te vertellen...

Gedurende den laatsten winter was zijn zuster ziek geworden. Weken lang had ze gehoest en daarna bloed opgegeven. Moeder zei altijd: 't zal wel beteren; maar in plaats van beter te worden ging ze steeds achteruit. En in haar ziekte, dikwijls, o, zoo dikwijls had ze gesproken over dien vreemden meneer, dien ze s zomers altijd tegen kwam en die haar telkens toch zoo vriendelijk groette, hoewel ze zijn naam niet eens kende. Zoo graag had zij hem eens terug willen zien; zoo graag had ze hem eens een brief willen schrijven. Maar zij wist niet waarheen; en zij durfde ook niet. Toen had ze, kort vóór haar dood, haar portret laten maken, 't portret dat op haar « doodsantje » afgedrukt zou worden. En zij had aan haar broertje verteld hoe die vreemde meneer er uit zag en hem doen beloven dat hij hem, uit haar naam, als hij met de nieuwe lente in de streek

terug kwam, een van die portretjes overhandigen zou.

* * *

Ik sluit mijn oogen en verre van 't geliefde land, in ballingschap, zie ik weer, vol teedere herinnering, dat zacht en tenger beeldje uit een reeds zoo ver verleden.

Ik zie opnieuw da kronkelende rivier, waarin zich, tusschen de malsch-groene oevers, de eindelooze diepte van een helderblauwen hemel weerspiegelt. Ik zie de hooge populieren, in wier doorschijnende bladerkruinen het lentebriesje ruischt als een gekweel van vogelen; ik zie in de verte den toren, de molens en de groote boerderijen; ik zie het vlijtig leven van de arbeiders en het kalme glijden van de lange, zwaargeladen vrachtschepen over het donker water. En dan zie en hoor ik ook weer dien zacht-bedeesden knaap, die mij de laatste herinnering van zijn afgestorven zuster aanbiedt...