is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde op elk der drie lijken vallen. Dat deden de anderen, ook de jonge vrouw, hem in stilte, om beurten na. Toeji wenkte hij de boeren bij zich en deed hen de tombe vullen.

Uit de auto werd een bruin houten kruis gehaald en op het graf geplaatst. Drie vreemde namen stonden, met zwarte letters, er op geschilderd. De jonge vrouw ging in een der boerentuintjes enkele roode en gele herfstbloemen plukken, vlocht ze, met takjes groen, tot een kransje in elkaar en hing dit aan het kruis. Een der mannen had vier palen in den grond geslagen en omringde die met prikkeldraad.

Zij waren klaar. Een laatsten blik van afscheid en vlug stapten ze weer naar den grooten wagen toe. Een van hen draaide den slinger aan en de motor snorde. Zij traden binnen en zacht-schommelend op zijn veeren reed de wagen verder. Een briesje suisde even door de klaterende gouden kruinen van de populieren en door het nog malschgroene loover van de mooie, oude linde. De hemel was heel zuiver blauw geworden. De vliegers waren uit de hooge lucht verdwenen en het kanongedreun had opgehouden.

Nieuwsgierig-kijkend en halfluid hun indrukken wisselend, bleven de boeren nog een poosje om de geïmproviseerde tombe heen geschaard. Ze poogden de namen op het kruisje te ontcijferen, maar het ging niet. Zij maakten er maar wat van, en glimlachten daarbij heel even, en gingen daarna elk weer naar zijn huis en zijn bezigheid toe.

Schrikkelijke tijden! Wat zouden zij nog meer beleven?...