is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit de bron

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De majoor was bang voor hen en haatte hen geweldig. Die hadden immers zijn lot en zijn promotie in hun handen. Met een pennetrek konden zij hem voordragen en doen benoemen. Met een pennetrek, — een ongunstig advies — konden zij tot in 't oneindige zijn promotie tegenhouden. En meteen voelde hij scherpen nijd en afgunst, dat zij den rang reeds gepasseerd waren waarop het oorlogvoeren nog heel erg Ievensgsvaarlijk was, terwijl hij, met zijn rang van majoor, juist op de grens bleef staan: de scheidingslijn tusschen het groote,

bestendig gevaar en de betrekkelijke veiligheid.

* * *

Toen het jarenlang verbeide bevrijdingsoffensief eindelijk loskwam, stond het bataljon van den majoor in eerste linie en zou het tot den aanval overgaan. De mannen schimpten en zeiden tot elkaar: Wees er maar zeker van, dat wij hem niet zullen zien!»

Doch zij zagen hem wèl. Tot eenieders grenzenlooze verbazing was de majoor een der eersten, die uit de loopgraven sprong en naar den vijand oprukte! Niemand begreep wat er eensklaps in hem omging; wat er zoo plotseling in hem veranderd was. Schaamde hij zich ten slotte voor zijn jarenlange lafheid? Of deed hijl t uit berekening, beseffend dat hij nu of nooit, m dit laatste offensief, het sterretje van kolonel moest veroveren?

Hij liep vooruit, den degen getrokken en moedigde met vuur en kracht zijn mannen aan. Maar hij was nog geen vijftig passen verre, of hij stortte zwaargetroffen neer. Zijn mannen snelden toe, raapten hem op. Hij had twee mitrailleurkogels m den buik. Hij klaagde niet. Hij werd, even achter de linie, in een veldlazaret gebracht en

voorloopig verpleegd.

Het offensief werd voortgezet, in helsch gedonder en geraas. Voortdurend werden kreunende gewonden in het lazaret binnengebracht en de majoor, stervende, maar helder bij zijn hoofd, informeerde met halstarrigheid hoe of het ging, of men goed opschoot.

Goed. Best. Uitstekend. Al de barichten die binnenkwamen luidden opwekkend en opbeurend. En de majoor, zieltogend, maar stra-

lend-helder van geest, jubelde: .... ,

O! wat ben ik blij! Zeg aan de mannen dat ik blij ben en

gelukkig, en trotsch op hen! Vergeet het niet; zeg hen dat ik heel tevreden ben, en trotsch, heel trotsch op hen!