is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet doen. Die woorden waren sinds dien tijd voldoende om aan alle tegenspraak een eind te maken; trouwens de kleine Elze was geen lastig kind. Zij speelde tevreden als Nelly bezig was aan huishoudelijk werk, maakte groote vorderingen in het spreken en begon met Nelly's hulp zelfs al aardig te zingen. Allerliefst was het te hooren als Nelly met haar zachte sopraanstem begon: „Ik heb een aardig . . ." Dan klonk het kinderstemmetje, onmiddellijk in den juisten toon aanvullend: „hondje".

»Zoo groot maar . . . als mijn duim.

»Het heeft vier . . . witte pootjes;

»Een staartje ... als een pluim.

»Het heelt een . . . sneeuwwit kopje,

sEn oortjes zwart als . . .

Hier volgde meestal een klein intermezzo, want ofschoon Nelly met opzet dezen regel bijna geheel voor hare rekening nam, vulde het kleintje altijd hardnekkig in: „spek" in plaats van „pek". En wanneer Nelly den regel herhaalde zong het kind, haar aanziende nog harder: „zwart als spek". Dan vervolgden ze maar weer:

»En boven . . . ieder oogje »Een donkerbruine . . . vlek.

»Maar ach . . . dat lieve dierrrtje,

>Zoo snoeprig ... en zoo klein,

ïDat kan niet . . .