is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was en toen hij op 't perron zich van zijne huisgenooten gescheiden zag, scheen hij grooten lust te hebben om te huilen. Maar klein Elsje had hem nog even toegefluisterd: „zoet zijn, hoor! beste Bello! in Meppel mag je d'r uit; nu nog niet, geen pake van!" Dus zat hij stil en keek half angstig, half treurig door de openingen van zijn mand. Tot Zwolle reisde het drietal samen, waar oom Herman aan den trein was. Hij was reeds den vorigen dag naar Zwolle gereisd, omdat hij daar nog zaken te doen had en nu was hij klaar om met zijn broer naar Berlijn door te gaan. Hij had klein Elsje nog niet eerder gezien en zei, dat het een mooi kind was en zeker nog mooier zou opgroeien. Nel zag wat bleek en smalletjes, vond hij, ze moest maar goed lucht happen daar buiten. Elsje was nog ongevoelig voor het complimentje en Nelly lachte stil voor zich heen, alsof ze dacht: „geef u geen moeite; ik weet heel goed, dat ik leelijk ben," maar vriendelijk antwoordde ze: „ik hoop, oom, dat u veel zult genieten op uw uitstapje!" Toen nam ze hartelijk afscheid van haar vader, stapte met Elsje in den gereedstaan den trein en was weldra uit 't gezicht verdwenen.

Bij Geert Kollen was alles in rep en roer. De mooie kamer, de zoogenaamde „groote kaant" kreeg een geduchte beurt. De gordijnen werden afgenomen; want