is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze was haast in schreien uitgebarsten, maar ze hield zich goed.

„O, stumper rog toe! dat was joew toafeltien, hè ?" zei Stijntje goedig.

Bij dit bewijs van medelijden kwamen er nu toch twee dikke tranen over Annigjes wangen rollen; toch liep het kind nog gedienstig naar de deur om die voor moeder open te houden. Moeder stapte vlug naar binnen, plaatste het tafeltje naast het bed, stond even in beraad, wat zij zou nemen als waschkom, omdat de gebruikelijke „tweeoorde komme'1 haar wat grof toescheen, koos toen uit haar kast een der mooiste en grootste melkkommen en zette die vol frisch water op het tafeltje.

„Kiek nou ers, Annechien ! 'oe mooi of joew toafeltien doar nou stiet!"

Annechien keek van af de deel in de mooie kamer, waar Stijntje op de kousen rondliep en zij lachte haar moeder toe. „Veur Nelly en Elssien, moeder hè?" zei ze met haar vriendelijk stemmetje.

„Ja, mien 'artien! nou nog 'n schoone 'aanddoek er bij en dan zal ik mij gauw wat antrekken." Het werkjak werd handig verwisseld voor een beter, en een schoone schort en schoone muts voltooiden het toilet waarin Stijntje hare gasten zou ontvangen. „Ziezoo!" zei ze, met een glans van genoegen op haar gezicht, „nou weet ik wat." Ze ging naar ,,'tuutloat", een