is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte van 't achterhuis, waar de turf geborgen wordt en kwam spoedig terug met een schoone wit geboende kist. Deze zette ze op de plaats van Annigjes tafeltje, zette er de twee kleine stoeltjes bij en riep: „kiek nou toch ers an, wat kun ie doar mooi bij zitten, mit de voeties in de kiste en 't speulegoed er op."

De beide meisjes vonden het prachtig; moeder kuste beiden, maar tegen haar oudste zei ze, terwijl ze het kind zacht over 't haar streek: ,,'t is 'n best meachien, hè? Ze kan moeder aaltied zoo mooi 'ölpen."

Annigje sloeg juist haar armpjes om- moeders hals, toen aan de buitendeur een schelle vrouwenstem weerklonk: „bin 'j doar ook, Stiene? Stiene! doar koemen z'an, 'eur!"

Moeder en kinderen haastten zich naar buiten. Het was natuurlijk de nieuwsgierige Klaasje, die met de meeste volharding had uitgekeken en nu haar werk in den steek had gelaten om het eerst de tijding te kunnen brengen van de aankomst en meteen tegenwoordig te kunnen zijn bij de ontvangst. „Kiek, doar onder die ginne brógge (gindsche brug), doar komp 'n punter an mit vrömd volk,'' zei ze, en ze wees met gestrekten arm en het hoofd eenigszins gebogen, naar de komenden. Ja, waarlijk, daar kwamen ze. Nelly, Elsje en de hond zaten op de zeilbank en Geert stond bij den achtersteven om te varen en te sturen. Nelly scheen met hem in druk gesprek te zijn, maar Elsje,