is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die alle kanten uitzag had de wachtenden spoedig bemerkt. Ze trok haar zuster aan den arm: „kijk eens, Nel! net of die eene vrouw op ons mikt." Geert barstte in lachen uit: „O, dat is Kloassien, de buurvrouwe," stelde hij het kind gerust.

Toen Nelly omzag, herkende ze Stijntje terstond, die ze vriendelijk begon toe te wuiven, wat deze beantwoordde met krachtige armzwaaien en uitroepen, die Nelly nog maar half kon hooren. Elsje vond het blijkbaar amusant, ze begon ook uit alle macht met beide armpjes te zwaaien en Bello sprong zóó luid blaffend op, dat Annigje zich angstig tegen haar moeder aandrukte, terwijl Beertje een heldhaftige houding aannam, volstrekt niet passend bij den strakken, angstigen blik, dien ze op Bello gevestigd hield. Langzaam liet Geert den punter drijven tot voor „de trappe", een houten betimmering in den wal, waar allen gemakkelijk konden uitstappen. Nu werd het een gepraat, een gelach en gevraag, waar tusschen door Klaasje ijverig bromde: „nou dan! nou dan!"

„Kom volkien," zei eindelijk Stijntje, „Loaten wij nou ers gauw in 'uus goan en 'n schotteltien koffie drinken."

Die invitatie klonk Klaasje als muziek in de ooren, maar hoe gastvrij Stijntje anders ook mocht zijn, dezen keer vroeg ze buurvrouw niet binnen. „Ze mot weten woar ze stoan mot," zei ze zacht tot Geert, die het