is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laach ie d'er omme?" vroeg Stijntje. „Ja, meachien, ie moeten denken, d'r is 'ier zooveule weater in Gietern, dat bin wij hier zoo gewoon." Juist wilde Nelly antwoorden, toen Annigje haastig om den hoek van t huis kwam loopen: „Elssien is er wel, moar zee wil niet van „joe" roepen !" „Joawel, 'eelewel," zei moeder, „dat zal ze doamee wel doen as ik weer roepe. Zeg moar, dat Nelly aanders oongerust wordt of z' ook in de sloot zit." Het kind verdween en de lectuur werd hervat. Er verliep eenige tijd onder de grootste stilte. Als Stijntje opkeek zag ze, dat Nelly werkelijk las en nu raakte ook zij verdiept in haar boek. Zoo zaten ze eenigen tijd, door niets of niemand gestoord. Langzamerhand ontspanden zich Nelly's trekken; zoo nu en dan haalde ze diep adem en eindelijk lei ze het boek in haar schoot. De wind ruischte door de bladeren en van tijd tot tijd plofte een appel in het hooge gras. „Hoe heerlijk is het hier te rusten," dacht Nelly. Hoe eenvoudig is de omgeving en hoe hartelijk zijn de menschen. Zij keek naar Stijntje, die op hare beurt niet merkte, dat ze bespied werd; ze keek naar het gezicht, zoo streng van uitdrukking en toch zoo goed, ze zag hoe aardig het sneeuwwitte mutsje stond op de glad weggestreken haren. Het was haast stichtelijk, vond Nelly, haar zoo aandachtig te zien lezen. Voelde Stijntje den sympathieken blik, dien Nelly op haar o-ericht had? of werd hare aandacht afgeleid door het