is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klein kwartier was hij er mee klaar en werd de terugtocht ondernomen. Geert kreeg een prijsje van zijn vrouw, dat de sloot zoo mooi schoon was nu de scheeren er uit waren en de kinderen amuseerden zich onderweg met het plukken van holstelen en zogen daarmee versche melk uit de emmers. „Doeken!" klonk plotseling de waarschuwende stem van Geert en allen bogen het hoofd. De punter gleed onder een laag vondertje door, Geert stuurde een hoek om en nu waren ze in de breede gracht, dicht bij huis. Ze moesten nog onder één brug door, maar deze was evenals alle bruggen over de gracht wel zóó hoog, dat er van „doeken" geen sprake was. Toen men thuis kwam was er van allerlei te doen en Stijntje liet Nelly zooveel mogelijk mee helpen. „Ik zal ers eerst de melk zijen," zei ze. „Annechien, breng ie moeder de zije moar en Nelly kan mij wel 't schoone melkvat van de schottelbaank brengen." Buiten stond een bank vol schoone borden, kopjes en schoteltjes, dat was de schottelbank, waarvan Annigje voorzichtig de zeef en Nelly het melkvat nam. Stijntje bracht de melk naar den kelder om ze te zeven en gaf onderwijl hare orders: „nou mot 't schoone goed van de schottelbank in 'uus ebrocht worden, Nelly! zet 't moar op de toafel, ik zal 't doamee wel pleatsen; de kiender kunnen wel turf in de bak brengen, dan bin wij glieke kloar." Allen volbrachten vlijtig de haar opgegeven taak en even later was Stijntje terug. Ze