is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schudde er de aardappelen op uit. In het midden maakte ze een kuiltje door enkele aardappelen wat op zij te leggen en nu kwam in dit kuiltje een wit kommetje. Met de grootste belangstelling had Elsje zwijgend toegekeken, maar nu werd ze toch nieuwsgierig. „Wat doet u in dat kleine kommetje?" vroeg ze. „In dat vetkommechien? Doar komp vet in," zei Stijntje, terwijl ze de koolpan op zij hield om het vette sap er beter uit te kunnen scheppen. „Als de jus maar niet omvalt," zei Elsje, toen het kommetje volwas. „Niksgien nood, 'eur!" zei Stijntje, die wel een vreemd woord hoorde, maar toch de beteekenis begreep: „dan moet ie doamee moar veurzichtig prikken. Kom, volkien," vervolgde ze tot de anderen, „schik moar bij." Een algemeen geschuif van stoelen volgde en weldra zaten allen aan den eenvoudigen maaltijd. Het lampje met zijn groote blikken kap wierp een helderen schijn op de tafel en de aanzittenden; maar de hoeken van 't vertrek waren slechts zeer flauw verlicht. Men praatte gezellig, ook Nelly scheen alle sombere gedachten te hebben verdreven. Eerst wist ze niet recht, hoe ze zich moest bedienen van aardappelen, want er was geen lepel op tafel; maar toen ze zag, hoe ieder met zijn eigen vork telkens een aardappel prikte, deze in het vetkommetje doopte en dan, om morsen te voorkomen, hem even afstipte op de andere aardappelen, volgde ze terstond het voorbeeld alsof ze er niets ongewoons in vond.