is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen keek ze eens naar haar zusje en ze zag tot hare verbazing, dat het kind, dat zich anders altijd liet bedienen, drie aardappelen op haar bord had.

„O, moeder, kiek Elssien ers!" riep Annigje. „Zee prikt dree eerappels glieke en ze et ze niet iens op. Verwonderd keek Elsje haar aan, van Annigje keek ze naar Stijntje en toen naar hare zuster. „Nel, mag ik jus asjeblieft?" vroeg ze een beetje verlegen. Nelly keek naar het vetkommetje, maar Stijntje kwam haar gelukkig te hulp. „Wat is er, mien meagd," zei ze tot Elsje, „wol ie geern vet 'ebben? Kiek ers, dan moet ie instuppen, net zoo as wij: iene veur iene. Dat schoap!" vervolgde ze, „dree eerappels glieke! zee 'adde vaaste 'onger." „Wisse jong, wisse!" zei Geert en hij knikte Elsje goedkeurend toe. „Ie moeten moar net doen as Beertien, die dot moar niks as eten, geloof ik." Werkelijk had Beertje niet de minste notitie genomen van hetgeen er om haar heen gebeurde. Zij wijdde al haar aandacht aan haar maaltijd en had geen tijd tot luisteren noch tot spreken. Haar wangetjes werden hoe langer hoe rooder en toen ze eindelijk klaar was, glom haar heele gezichtje en kon zij de oogjes haast niet meer open houden. Ze leunde achterover, voor zoover dat mogelijk was tegen den rechten rug van haar ouderwetschen stoel en liet de armpjes aan beide zijden slap neerhangen. Zoo zat ze even, de oogleden knipten eenige keeren en ze sliep in, zonder