is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze duidelijke sporen, dat ze er mee in onmiddellijke aanraking waren geweest. Zacht streek zijn adem over de vingertjes en het volgend oogenblik begon hij ze te likken. Arme Bello! Had hij ook maar even kunnen vermoeden welke uitwerking deze betuiging van vriendschap zou hebben, dan was hij zeker op de donkere deel gebleven. Beertje, die in haar slaap niet wist, wat haar overkwam, toen zij de warme tong van Bello voelde, trok haar handje met zóó'n kracht terug, dat ze haar bord van de tafel sloeg. Het viel op den steenen vloer in scherven en het kind, nu volkomen wakker, keerde zich boos om. Daar bemerkte ze Bello, die verschrikt een paar passen was achteruitgegaan.

„Lillekerd!" riep ze van haar stoel springend.

„Deugeniet!" klonk onmiddellijk daarop Stijntjes stem en Beertje voelde zich stevig bij den arm grijpen. „Nou zit ie vlak bij mij en nou gooi ie de boel nog kapot!" „Dat dot de 'ond!" zei Beertje in schreien uitbarstend. Stijntje keek om. „Allo! op de deele!" riep ze op zóó'n dreigenden toon, dat Bello onmiddellijk de vlucht nam. „Geert, geef mij de schotteldoek ers an!" Geert nam van de tafel een vochtigen theedoek en reikte die zijn vrouw aan. „Nou," zei Stijntje, terwijl ze het kind de handjes en het gezichtje afveegde: „schei nou moar uut mit krieten, moar paas mij op, dat ik dat lilleke woord niet meer 'eure!" „Zal niet weer doen," zei Beertje.