is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelrecht naar den stal, waar Geert hem met een paar touwen vastbond en de kinderen keken belangstellend toe. „Nou," zei Geert, „nou krig 'ij wat 'eui (hooi) en dan moeten wij ook meaken, dat wij vort koemen." Hij plukte wat versch hooi uit het hooge vak, dat de ruimte, voor de koeien bestemd, geheel afschutte en trok de staldeur dicht.

„Woar is Nelly?"

„Hier, ik ben net klaar."

Nelly, die juist bezig was geweest haar kamer in orde te maken, toen „de roó" arriveerde, voelde niet genoeg voor koeien om daarvoor haar werk in den steek te laten en had er dus geen notitie van genomen. „Most ie ook niet ers in den stal kieken ?" vroeg Geert. Nelly dacht, dat ze eenige belangstelling moest toonen en antwoordde dus: „ja, straks ga ik er eens heen, maar ik heb me eerst klaar gemaakt." „Nou, dat 's mooi! Moeder, wij goan vort, eur!" Nelly en de kinderen gingen vooruit, want Geert moest even in de gracht zijn handen wat afspoelen. Hij droogde ze aan zijn rooden zakdoek af en volgde de anderen over het brugje. Eerst liepen ze langs den dorpsweg naast de gracht, waar Nelly een en al bewondering was over de mooie natuur. „Boe! boe . . .!" klonk het plotseling luid in hare onmiddellijke nabijheid. Al weer koeien! dacht Nelly met schrik, maar gelukkig zag ze dadelijk, dat deze veilig in een groot vaartuig stonden, dat