is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hand voor de pooten der stoelen langs streek en daar lag het mooiste randje, dat men zich denken kan: een dubbele streep en op geregelde afstanden een bloempje. Dit was iets, dat Nelly iederen dag weer probeerde en waarvan ze den slag maar niet beet kon krijgen. Overigens viel ze hare gastvrouw nog al mee. Als Stijntje riep: „nou Nelly, nou meug ie 't tuug op 't veld brengen," dan ging ze handig en netjes het waschgoed op het bleekveld uitspreiden. En als 't tuug in de liende moest, dan kon ze de lijn al heel aardig spannen van den eenen vruchtboom naar den anderen, wanneer n.1. Stijntje eerst gezegd had hoe de wind was en welke boomen ze dus moest nemen. Dan deed ze al haar best de stijf om elkaar gedraaide touwen open te houden om er dan „het tuug' tusschen te knellen; maar wanneer 's avonds „het tuug uut de liende" moest en deze door het vochtige waschgoed was gekrompen dan had ze grooten lust het er met een ruk uit te trekken, op gevaar af van scheuren. De nagels deden Nelly er pijn van, maar Stijntje vulde met haar sterke tanden aan, wat Nelly's handen in kracht te kort kwamen. Als Nelly op de trappe was om den schotteldoek uit te spoelen en er ging juist iemand voorbij, dan wist ze al precies op welke wijze ze moest groeten. Wie voorbij komt, zegt: „doarzoo?" en wie op de trappe is zegt: „joe!" Dat was eenvoudig genoeg al had Nelly in 't begin