is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen worden. De leuningen, bestaande uit een enkele stok, waren zóó laag, dat een kind van 5 k 6 jaar er zich aan kon steunen; voor volwassenen vindt men dat te Giethoorn blijkbaar overbodig, maar Nelly, die de plank zoo smal vond en het water daar onder zoo donker, rekende zich in dat opzicht tot de kinderen en liep er dus met kromme knie€n en zich met beide handen steunend, over. Hierdoor scheen ze zóó zonderling geproportionneerd, dat Stijntje er hartelijk om lachte, wat evenwel niet belette, dat bij elk vonder dezelfde oefening herhaald werd. „Wat zeggen de mannen toch, als ze ons tegenkomen?" vroeg Nelly, toen weer iemand in den donker voorbijging.

„Wat de mannen zeggen?" Stijntje vergat in hare verbazing „de lochte" een beetje voor zich te houden, zoodat opeens het pad voor Nelly's voeten geheel donker werd. Nelly greep hare geleidster bij den arm: „O, Stijntje, 't licht gaat uit!" „Eerink, meachien, wat mankeert joew toch?" zei Stijntje. „Ie bin nog al 'n goeie om in 't donkeren te goan." De lochte begon weer op de gewone wijze te schommelen. ,,'Oe meen ie dat, wat de mannen zeggen? Ze zeggen oons joa gewoon g'n oavend net as alleman! Nou koemen wij weer an 'n brógge en dan bin wij bij de busse. Moar disse brógge 'ef 'n 'ooge opstap, 'eur!" De weg ging weer omhoog en de brug met „denhoogen opstap" dook op uit de duisternis, doch tegelijk zag Nelly, dat de doorgang versperd was door eenigejongelui,