is toegevoegd aan je favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Burgemeester Degenstein en zijn broer Herman, hadden zich goed geamuseerd. Ze waren juist bezig de koffers te pakken om ieder weer naar de respectievelijke woonplaatsen terug te keeren, toen Nelly's brief kwam. „Zeg, kerel! wees niet gek!" zei Herman. „Denk je daar nog over? Van Berlijn naar Giethoorn ! naar zoon'n nest f wat heb j'er aan? laat Nelly een paar dagen eerder thuis komen!" Maar zijn broer antwoordde niet. Hij las en herlas den brief en zei eindelijk: „ik geloof toch, dat ik het maar doen zal. Nelly schijnt het ook prettig te vinden en ze mag nog wel eens een paar dagen vrijheid genieten. „Doe, wat je niet laten kunt!" zei Herman, „maar ze zullen je daar anders geen fijne wijn offreeren, misschien nog niet eens een goed glas bier." „Och, daar ga ik ook niet om, maar ik ken die menschen al zoo lang en ik ben er nu toch eenmaal uit. 't Is ook maar voor'n paar dagen." Maar Herman luisterde al niet meer. Fluitend stond hij zijn koffer te pakken en de Burgemeester wist niets beters te doen, dan het voorbeeld te volgen. Dienzelfden morgen gingen ze op reis en's middags van den volgenden dag reeds zat Burgemeester Degenstein in een vrij net, doch wel wat sterk hotsend koetsje om zich van Meppel naar Giethoorn te laten brengen. De afstand was drie uur loopen, daarom had hij zich de weelde van een rijtuig gepermitteerd. Zoo gemakkelijk mogelijk achterover geleund, de beenen gestrekt op het bankje tegenover hem, soms verradelijk met zijn oogen knippend,