is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>A!s gij mijn flesch en glaasjes ziet,

Dat kan u niet vermaken Kom in mijn huis en proef mijn drank,

Dat zal u beter smaken."

Een oogenblik was onze vermoeide wandelaar in verzoeking er te gaan rusten, maar hij was er nu „zoo doadelik". Dat was hem daarjuist meegedeeld door een troepje jongens, die zich op den weg met knikkeren vermaakten. „Nog dree vonders en iene brógge, dan bin j'er," hadden ze gezegd, en ze hadden den deftigen heer verwonderd aangezien, omdat hij er zoo warm en moe uitzag. Nog dree vonders! daar was dus eindelijk de laatste brug. „Paatje! Paatje! Paatje!"riep plotseling blij en luid een kinderstemmetje en het volgend oogenblik hield de heer Degenstein zijn dochtertje in zijn armen, dat zich stevig tegen hem aandrukte en hem herhaaldelijk kuste.

„Lieve schat, zag jij vader het eerst? Wat heb je heerlijk roode wangen!"

„Ja, ik zal gauw Nelly roepen," zei het kind. Maar dat was niet noodig: Elsjes geroep had Stijntje en Nelly al naar buiten doen komen. Nelly begroette haar vader met een hartelijken kus en Stijntje, die den burgemeester nooit had ontmoet, maar toch in 't minst niet verlegen was, stak haar hand uit en zei: „zoo, börgemeister! dat is goed van joew, dat ie 'ekoemen binnen. En zoo gauw al! Doar zal Geert doamee bliede omme wezen as 'ij