is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was er niets minder om en zelfs in de achting van Klaasje zou ze dien middag heel wat stijgen. Toen n.1. haar vader onder 't genot van een kopje koffie heerlijk uitrustte en druk praatte met Stijntje en Nelly, waren de kinderen naar buiten gegaan. Een paar buurmeisjes hadden zich bij haar gevoegd en allen stonden bij de gracht zich te vermaken met keien. „Dit is 'n mooie, platte steen !' riep Annigje, „doar kun j' goed mit scheenselen! En ze wierp werkelijk den steen zoo handig over het water, dat hij verscheiden keeren opsprong. Nu was Elsje aan de beurt. Om beter te kunnen gooien ging ze heel dicht aan den kant staan. „Elssien! niet zoo dichte bij de graachte,'' waarschuwde Annigje, maar het was juist te laat. „Sloot! sloot! sloot! sloot!" begonnen allen luidkeels te roepen en ze keken angstig naar Elsje, die op haar kleertjes nog even bleef drijven. Deze kreet, die eigenlijk luidt: „ien in de sloot," maar in 't gebruik al is afgekort tot „ie sloot" of kortweg „sloot", is in Giethoorn zóó bekend, dat Stijntje onmiddellijk naar buiten stormde met den wandelstok van den burgemeester in de hand. Nelly, al wist ze niet, wat er gaande was, begreep terstond, dat er iets gebeurd moest zijn en volgde Stijntje op de hielen, terwijl de burgemeester zich vergenoegde met uit het raam te kijken. Maar nog vóór een van beiden bij de gracht was, had Klaasje met haar bezem de kleine drenkelinge al opgevischt. Ze hield het druipnatte kind Stijntje toe: „pak moar an !" zei ze. ,,'k