is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Annigje stak haar handje in den bek van't kalf: „kiek ers!" zei ze, ,,'ij bit mij niet iens. Hè, wat 'ef 'ij 'n 'arde tonge!" Snel trok ze het handje terug. Elsje durfde niet best, maar Beertje stak dadelijk haar vuistje uit en het kalf begon er op te zuigen. „Wat is zien tonge earig, hè? (ruw)" zei Annigje. In plaats van te antwoorden gaf Beertje een luiden schreeuw. „O, 'ij slokt mien naarm op!" riep ze met een vreeselijk ontsteld gezichtje. De Burgemeester, die juist op de deel stond, schoot toe. Hij trok het kleine armpje terug en Annigje veegde het met haar schortje af, maar Beertje was geheel van streek en schreide zóó luid, dat Stijntje er op afkwam. Toen ze hoorde, wat er gebeurd was, beknorde ze het kind: „ja, nou de lippe op 't darde knoopsgat, hè? wat doe j' ook aaltied bij dat kalf! goat in d' 'of en speul veurdeure! ' Weg was ze weer naar haar werk, maar Beertje bedaarde zoo gauw niet en toen de Burgemeester haar bij de hand nam om met hem naar den tuin te gaan, liet ze, tegen haar gewoonte, haar vuistje rustig in de groote hand liggen. In den tuin vergat ze evenwel al gauw haar leed. Toen ze in het hooge gras een mooien appel vond en Annigje dien aan haar moeder wilde brengen, riep ze: „nee, 'eur! disse is veur de Börgemeister, ik'eb 'om zelf 'evunden!" en met een blij gezichtje offreerde ze haar vriend en beschermer de mooie vondst. Den volgenden dag kwam er onverwacht bezoek. Een zuster van Stijntje, die in Meppel woonde, had toevallig ge-