is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar mooie huis, waar op alle vloeren dikke dekens lagen en waar je zoo maar over heen liep!'t Was nog zunde en schaande! Den volgenden morgen stond Brechtje bij de achterdeur aan de waschtobbe en zei: „fui, as ik doar nog an denke! ik gong er veur gien geld weer noar toe en ik bekleage Elssien, dat ze doar bij zulke meenschen is!" „Ja, kiend!" sprak meu Anne op moederlijken toon: ,,'t is wat 'eweerd as ie nog 'n eigen 'uus 'ebben, hè?" „Nou!" zei Brechtje: „Oost, West, thuus best, 'eur!"

Oost, West, thuis best! Zoo dacht ook Elsje, toen ze met haar eerste vacantie thuis was. Bij oom en tante was er veel, wat haar hinderde en ofschoon ze daarover niet sprak, viel het Nelly toch op, dat haar zusje zóó dikwijls zei: „o, Nelly, vadertje, wat is het toch heerlijk om thuis te zijn!" „Je wilt toch niet liever weer thuis komen?" vroeg Nelly. „Nee, dat kan nog niet," antwoordde Elsje beslist; „ik heb nog zooveel te leeren!" „Nog niet," dacht Nelly, „dus is thuis komen toch haar doel op den duur," en innerlijk verheugd luisterde ze naar al de verhalen over oom en tante, over de lessen, over de vrienden in 't bijzonder en over de stad in 't algemeen. Nelly en haar vader waren de aandachtigste toehoorders, die men zich denken kan. Ze beleefden ook zoo weinig en vooral voor Nelly was het leven een voortdurend zorgen en werken. Elsjes brieven waren haar altijd zoo'n groote troost en heerlijke afwisseling.