is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ongetwijfeld een regelmatigen zeshoek en het scheen, dat deze rechtop tegen den achtergrond stond; alle zijden waren even lang. Een eind daar boven was een chaos van kleuren, dat waren de rozen; de rest van de vaas vormde één massa met den achtergrond. Dit ongelukkig pronkstuk stond, of scheen te hangen boven iets, dat een elegant tafeltje moest voorstellen. Belachelijk! dacht Elsje, maar ze begon voorzichtig: „ja, de perspectief lijkt mij een beetje vreemd." „Aan perspectief, mejuffrouw," zei de jonge schilder haastig, „doe ik niet; die bederft de kunst." „O, ik dacht, dat de voet bijvoorbeeld niet zuiver was." De heer Meehr wreef zich vergenoegd de handen. „Dat voetstuk, mejuffrouw! dat is juist het zuiverste van alles. Ik heb eenvoudig de vaas op mijn doek gezet en eerst een lijn er omheen geconstrueerd. Dat kan niet missen, niet wear?" Mevrouw Degenstein keek Elsje bestraffend aan, maar het meisje stoorde er zich niet aan. „Hoe geconstrueerd? ik begrijp het niet," zei ze; „het lijkt mij ofu wel een stuk of tien oog- en distantiepunten hebt gehad." „Och, mejuffrouw! met zoo iets bemoei ik mij niet; ik schilder zooals ik het zie. Ik vreag near geen oogpunt! Ik neem een bepeald standpunt ean, vanwear mij de zeak het mooist toelijkt, voilé. tout!" Al sprekende koos hij nu zijn standpunt wat erg dicht bij Elsje en mocht de zeak hem vandear het mooist toelijken, Elsje dacht er anders over. Zij deed plotseling een flinken stap zijwaarts en keek hem spottend aan. „En ik," zei ze, „ik houd dan wel van een