is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een papieren en buitendien mijn naam was X. Maar mijn esculaap raadde onmiddellijk, dat ik de schuldige was, hij vond het vers natuurlijk heel mooi; ik mocht tot belooning zijn portret hebben. Toen gaf hij mij laatst deze foto en zei: „ denk nu maar, dat ik daar bezig ben je schoon gedicht te lezen. Ik zit daar bij een huis uit je eigen woonplaats; daar heb ik eens bij mijn broer gelogeerd."

„Nu, dat is dan toch al een heelen tijd geleden," zei de Burgemeester, „want die broer woont hier al sinds jaren niet meer; laat eens kijken . . . dat is wel al 12 of 13 jaar geleden. Hoe oud is die dökter ?" „Ik weet het niet en ik heb er ook geen verstand van om het te raden, maar ik vind het zoo flauw, want nu weet ik niet van wie het portret is en het lijkt toch zoo goed." „Ja," zei haar Vader, „als die broers zoo op elkaar gelijken, dan is het ook moeilijk uit te maken. Kun jij het zien, Nelly?" Nelly nam het portret, ging er mee bij 't raam staan en bekeek het lang achtereen. „Het is Johan,'' zei ze eindelijk zacht. „Zie je wel!" sprak Elsje half pruilend, „daar heeft die „afgod" me een portret gegeven van zijn broer, toen die ongeveer net zoo oud was als hij. Maar ik stuur het hem netjes terug, of — Elsje keek haar zuster scherp aan — ik verscheur het! ' Ze deed alsof ze de daad bij het woord wilde voegen. „Geef hier!" riep Nelly heftig en stak onwillekenrig haar handen beschermend naar het portret uit. Toen ontmoette ze Elsjes blik en ze sloeg de hare neer. „Waarvoor zou dat dienen?" trachtte ze terstond