is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die immer troost en steun wil geven Aan al, wat hulp vraagt in dit leven,

Hij voelt aan 't einde zich niet bang,

Maar dankt voor 't leven; r ij k en lang.

Gij, lieve zus, zijt een dergenen,

Die met de blijden vroolijk lacht;

Die met de droeven weet te weenen En naastenliefde steeds betracht,

Uw grootst geluk is: u te geven;

Uw levensdoel is: helpen leven.

Zoo zijt g' aan 't einde rijk en sterk;

Gezegend zij dit heerlijk werk!"

En haar glas opheffend, riep ze: „bruid en bruigom, ik wensch je: een gezegende werkkring! een gelukkige toekomst!"

Allen juichten haar toe en de dokter zei: „alle respect, Elsje! in zijn soort is het even mooi als mijn A. B. C. Maar daar ben je mij nog wat van schuldig gebleven." Elsje verstond hem maar half door het drukke gepraat en gelach, maar toen 's avonds de gasten vertrokken, gaf hij haar bij het afscheid een kus.

„Kijk me niet zoo aan!" riep hij quasi verschrikt. „Je bent de zuster van de vrouw van mijn broer en buitendien: „Z is een zoen, dien 'k tot afscheid u geef." Dat heb je mij geschreven, maar ik heb hem nog niet gehad. Elsje gaf hem lachend een kus. „Tot afscheid dan, zei ze, „juist, zooals ik schreef, „dus dit is de laatste! „Nee, nee, dit is het begin, we zijn nu familie!" »t Is goed, dat hij weer naar Den Haag gaat, hé