is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog eens bekijkende.) De moderne vrouwen zien den man 't liefst in een fietspak.

Mina, weder binnenkomende.

Kan ik den ontbijtboel weg nemen, meneer ?... Nou, u heeft goeden eetlust gehad — allebei de broodjes op!

F r i t s.

Is 't waar?... Nu ja, dat was dan schijnhonger, valsche honger; juist 'n bewijs dat ik iets onder de leden heb.

Mina.

Ja, ja, een hartkwaal! Gut, meneer, daar laboreer ik al zoo lang aan.

F r i t s, meer tot zich zelf sprekende.

Wacht — waar is mijn portefeuille, mijn kilometerboekje, visitekaartjes ? Mooi zoo! (Bergt een en ander m zijn fietsjas.) (Tot Mina) Mina, ik voel me zoo ziek.

Mina.

Nu ja, die dame van dat portretje (Wijst op den Mora-standaard.) zal u wel heel gauw er van afhelpen.

F r i t s.

Wat weet jij ...?

Mina, lachende.

Ik heb dat meer bij de hand gehad!

Fri ts.

Je moest je schamen daar zoo voor uit te durven komen.

Mina.

Gut, meneer, in alle eer en deugd. Een mensch kan er anders last genoeg van hebben.

Fri ts.

Ja, maar dat heeft met mijn ongesteldheid niets te maken; ik ga van daag niet naar 't stadhuis, want nog eens : ik ben (Spéllend.) z... i... e.. .k, ziek, begrijp je 't?

Mina, lachende.

Of ik 't begrijp — neen, heelemaal niet. U zingt als een