is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. d. Broeke, Frits, parodieerende door alles heel groot te mimeeren.

Zulke handjes, zulke voetjes, zoo'n aardig mondje... dat is geen influënza, maar grootheidswaanzin. (Af.)

ACHTSTE TOONEEL.

Frits, daarna Mina.

Frits.

Zie zoo, nu zal het zaak zijn zoo spoedig mogelijk de plaat te poetsen. Wat deksel, waar zijn m'n portefeuille en mijn kaartjes? (Kijkt overal rond.) Waar heb ik die gelaten ? Wacht eens ; die heb ik in het fietspak laten zitten. Allemachtig, dat is een koopje. Enfin, Van Bodenstein zal er geen misbruik van maken.

Mina, opkomende.

Mijnheer, 't rijtuig zal dadelijk voor zijn. Maar nu nog 'r ès wat: — als er nu iemand komt die naar u vraagt?

Frits.

Dan ben ik uit. .. Neen, neen, dan ben ik ziek.

Mina.

Zoo ... en als ze nu eens bij u oploopen, terwijl ik een boodschap doe, of bij den pot moet blijven?

Frits.

Sluit dan de kamer.

Mina.

Mijnheer, dat gaat toch niet. .. dan snappen ze 't dadelijk.

Frits.

Ja, wat moet ik daaraan doen? Een briefje op de deur?

M i n a.

Neen, mijnheer .. . als u nou eens heusch ziek was . ..

Frits.

Nu, wat dan?