is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand hoogst zorgelijk. Ik maak mij erg ongerust, 'k Zou u gaarne even spreken. Ik durf mij niet van het ziekbed verwijderen. Zou u niet even in 't voorbijgaan hier willen aanloopen..." (Op de alcoof duidende.) Als 't maar niet te laat is... hoorde ik daar niets?

Mina, die een geluidje heeft gemaakt.

Heusch, mevrouw, 't is niet goed dat wij met z n tweeën hier blijven.

Mevrouw.

Juist, beste meid, ga jij daarom eens gauw dit briefje bezorgen.

Mina.

Ja, maar... ziet u, hij is zoo aan mij gewend.

Mevrouw.

En aan mij dan niet, z'n eigen schoonmoeder?

Mina.

Een schoonmoeder... dat is toch altijd iets anders... maar als u me nu belooft niet naar meneer toe te gaan en hem vooral niet... de dokter heeft zóó gezegd, dat rust z'n redding is... als hij met schrik wakker wordt, zou hij u kunnen aanvliegen.

Mevrouw.

Dat heeft-ie nooit gedurfd!

Mina.

Weet wel, wat u doet! Enfin, waar heeft u 't briefje ?... (Lezende het adres.) Mijnheer Kempers, stadhuis alhier.

Mevrouw.

Juist, de hoofdpoort in, dadelijk links, kamer No. 14.

Mina, afgaande.

Als ze dien ragebol te pakken krijgt... enfin, dat moeten ze dan samen maar uitvechten.

TIENDE TOONEEL.

Mevrouw, alleen.

Als hij me werkelijk eens te lijf ging... o neen, neen... (Naar de zijde van de alcoof gaande.) Daar ligt-i-, de arme jon-