is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen... wat slaapt-i rustig... (Verwonderd.) Hé, ik hoor hem niet eens adem halen ... 't is als of-i dood is ... dood !... ik ril er van. (Neemt wat eau de cologne.) Wat is zijn haar nat... 't hangt zoo sluik... ik zal hem wat eau de cologne geven. (Werpt eau de cologne op den ragebol.) Hier Frits, hier, m'n jongen, dat zal je verfrisschen... Ik zou hem een kus willen geven als ik maar dorst... maar als-i-dan eens plotseling wakker werd en hij zag me... hij weet niet, dat ik hier ben... (Werpt weer eau de cologne, legt de hand op den ragebol.) Wat is dat haar stug. (Hoort gerucht.) Hemel!

ELFDE TOONEEL.

Mevrouw, Emma Overoort, later Mina.

E m 111 a, klopt.

Mevrouw, iets naar links.

Kom maar binnen.

Emma, binnentredende, verrast.

Hé, mevrouw... ?

Mevrouw.

Ssst... Stil toch.

Emma.

Maar...

Mevrouw.

Fluisteren, alleen fluisteren ! Wie is u ?

Emma.

Ik ben ... Emma Overoort.

Mevrouw, zich even bezinnende.

Overoort... Laat eens zien, die logée van de v. d. Moolen's. (Woedend.) U is die dame, die (Sarcastisch.) zooveel belang stelt in mijn schoonzoon.

Emma.

Uw schoonzoon... ik ben zeker niet terecht.

Mevrouw.

Ik geloof ook, dat u heelemaal is afgedwaald.