is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mina, ter zijde.

Dan zal-i ze wel zuur vinden.

Mevrouw.

Let goed op, meisje.

Mina.

Mevrouw, ga u maar gerust. (Mevrouw af.)

DERTIENDE TOONEEL.

Mina, daarna Boef en Twee knechts.

Mina.

Dat leelijke ouwe spook is niet weg te krijgen. Ik kan haar toch den heelen dag niet bezig houden ! Ik moet de achterkamer nog doen; 't treft nog al dat 't een makkelijke pot is, en ik heb de juffrouw maar verzocht, op de schel te letten. Als ik hem eens quasi naar het ziekenhuis liet transporteeren ? Maar dan snapt ze 't daar... Ze is zoo gaar als boter... maar daar laten ze haar niet toe... of ze denken, dat zij krankzinnig is. (Er wordt luid gescheld.) Goede gena, wat zal dit nou \veer wezen ? Zou die oude tang daar al terug zijn ? De druiven groeien hier toch niet op straat. (Kijkt door het raam; er wordt weer gescheld.) Een rijtuig, twee mannen. Wat is er nu gebeurd Daar komt een half dooie kerel uit. Je zou haast gelooven dat ze het hier voor een gasthuis aanzien. (Gestommel achter op t tooneel.)

(Twee knechts brengen Boef op.)

(Boef is een individu met zeer ongunstig uiterlijk, Mond, verbonden hoofd, fietsjas van Verbeek aan.)

Eerste knecht.

Zijn we hier terecht?

Mina.

Zeg, wat mot dat ?

Eerste knecht.

We brengen je meneer thuis, meer dood dan levend.