is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mina, heel verbaasd.

Meneer... (Zacht.) Laat ik voorzichtig zijn, willen ze mij er in laten loopen ? (Luid.) Wat, meneer? (Intusschen is Boef op een stoel neergezet.) (Mina kijkende naar Boef:) Wat zou die hier ?

Tweede knecht.

We hebben je meneer gevonden op den weg naar Landlust.

Mina.

Mijn meneer ? Moet dat meneer Verbeek verbeelden ?

Eerste knecht.

Hij ziet er wel niet erg meheerachtig uit met al die lappies over zijn gezicht, maar 't is hem toch !

Mina.

Maar, mannen, je vergist je.

Eerste knecht.

Beste meid, in z'n zak vonden we z'n portefeuille en z'n kaartjes, 't is alles zoo echt, als 't maar kan. Kijk maar hier. Frits H. Verbeek, Koningstraat 3. En brieven en andere dingen. (Zij vertoonen een en ander.)

Mina.

Waarachtig... dat zijn zijn kaartjes. Maar ik moet er toch niets van hebben. Breng jij dien meneer maar stilletjes terug, waar je hem gevonden hebt.

Eerste knecht.

Dan kan je lang wachten. Hij is behoorlijk verbonden ; 't geluk wou dat er net een dokter in de buurt was — straks zal hij wel bijkomen. Door den val is-i z'n tramontanen wat kwijt geraakt, maar dat komt te recht. Z'n fietsje ligt aan stukken.

Mina, zich bedenkende.

Wacht eens... Neen, die wordt goed, hij komt eigenlijk als geroepen. (Tot de mannen, den boef bekijkend.) Ja, nu 'k toch goed zie... Ik zou 'm waarachtig eerst niet herkend hebben, wat lijkt-i wel!

Eerste knecht.

Ja, ik zie ook liever jou bakkesje ! Enfin, als-i morgen nou maar een flinke fooi geeft.