is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mina, op Boef wijzende.

Deze, daar kun je op rekenen, die is zóó royaal... (Gaat naar tle alcoof.) Leg hem nu in bed en kom dan morgen maar terug.

(Knechts brengen Boef naar de alcoof, waar Mina alles geordend heeft) Eerste knecht.

Zeg eens, vrijster... je ragebol is ook leelijk aan 't dwalen.

M i n a.

Ragebol ? Dat is een beddekvvast. Zie je dat dan niet? Eerste knecht.

Een beddekwast met haar er op ?

Mina.

Dat is het nieuwste...

Eerste knecht.

Dus morgen om de centen komen... 't Is wat moois... Afijn, iemand van 't stadhuis : de dubbeltjes binne goed.

{Knechts af.)

Mina.

Nou heb ik dan toch tenminste een echten zieke. Wat zal die ouwe in 'r schik zijn, maar duivels, hoe komt die vent aan meneer z'n jas en z'n kaartjes... 't is notabene een schooier eerste klas. (Schndt Boef.) Zeg eens, wie ben je?

(Boef, kermt.)

Mina.

Word eens wakker, vader!... Er is geen leven in te krijgen. Peuh, wat een dranklucht!

Boef, brommend.

Pigi vor setang.

Mina, zich herinnerende.

Baas, nou ontdek ik je : — Jij bent die weggejaagde koloniaal, die in mijn vorigen dienst aan de deur kwam met potlooden. Ik had je onder je bepleisterd snoetje niet zoo dadelijk herkend.