is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boef.

Sopi kras.

Mina.

Sopi kras, ja, jij bent je maleisch nog niet verleerd — 'k heb ook een vrijer gehad die in de Oost heeft gediend.

Boef.

Sapada!

Mina.

Als jij nou je maleischen waffel niet houdt, dan roep ik een agentje en dan ben jij leelijk zuur. (Heel Jlinhï) \ ersta je dat Hollandsch ?

VEERTIENDE TOONEEL.

De Vorigen, Mevrouw.

Mevrouw, opkomende.

Hoe is 't er mee ?

Mina.

Hij is even wakker geweest, maar gelukkig weer ingeslapen. Mevrouw.

Zei hij nog iets ?

Mina.

Nou, veel was 't niet; 't was erg vriendelijk !

Mevrouw.

Zoo ! — Ik heb wat druifjes voor hem meegebracht, lichte „Fontainebleau," drie gulden 't pond, 't fijnste is niet fijn genoeg voor hem.

Mina.

Mevrouw, laat hem toch slapen.

Mevrouw.

Ja, maar kind, mijn hart drijft naar hem toe.

Mina.

Dat zal de stem des bloeds zijn.