is toegevoegd aan je favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boef.

Ai-jo, ai-jo.

Kempers.

Hanjo-Haajo. Wat kan dat zijn, een reduplicatie in alle gevallen, een oude taalvorm, de a in 't algemeen een water — of een negatie en dan io-io, wat is dat?

v. d. Broeke, ter zijde.

Io-io : dat is de ezel.

Kempers.

Keen, n vreugdeklank, 't Is toch bijzonder merkwaardig, de oertaal als ziekteverschijnsel — merkwaardig want oudNederlandsch is het.

Mevrouw, tot Kempers.

Zou ik mijn dochter niet bijtijds waarschuwen ?

Mina, die binnen is gekomen, tot v. d. Broelce, zacht.

Dokter, hoe moeten we er nu mee aan, meneer Verbeek is terug. (Voorgrond links.)

Kempers, tot Mevrouw.

Uw dochter ?

M e v r o u w, tot Kempers.

Ja, ziet-u...

v. d. Broeke.

Onder geen beding, mevrouw, er zijn hier al genoeg menschen. (Zacht tot Mina.) Waar is-i ?

Mina, zacht tot v. d. Broeke.

Op de gang, hij durft niet.

v. d. Broeke, zacht tot Mina.

Als ik dien vervloekten spitsboef maar uit die alcoof kon krijgen.

Mina, als voren.

Er is nog een deur, die in de gang uitkomt.

v. d. Broeke, als voren.

Prachtig... dan kunnen we ze...

{Duidt met handgebaar op verwisselen.)