is toegevoegd aan uw favorieten.

Stadhuispijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. Bodenstein.

Ik blijf bier geen minuut... Mijn zwarte jas...

Mevrouw, den zwarten broek ophoudende.

Hier, meneer, asjeblieft!

v. Bodenstein.

Ocb, mensch, dat 's m'n broek !

Frits, tot Kempers.

Hoe moet ik u danken, meneer.

Kempers.

Xeen, ik u...

Frits.

ü mij?

Kempers, toont zijn notitie-boekje.

Ziet u dit boekje... vol aanteekeningen. Uw ziekte maakt mij onsterfelijk !

v. d. Broeke, tot Emma en Frits.

Kom, wat sta jelui daar te zaniken. Geeft mekaar een zoen ... en uit! (Zij kussen elkaar.)

(Mevromr Dankelman valt flauw in van Bodenstein^s armen.)

Mina, komt op met blad waarop champagneglazen gevuld en flescli.

Gefeliciteerd ! (Zij drinken.)

v. d. Broek e, op mevrouw doelende, tot Polders.

Goddank, dan nu toch eindelijk een echte patiënt.

Polders, neus ophalend.

Pardon, ik constateer alleen stadhuiskwalen !

Kempers, uil 't boekje lezend! in vervoering.

Kassi pait, sakkerju.

('< Doek valt.)