is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Ingezetenen der Stad Leyden.

1 )e Leydfche Afdeeling der Maatfchappij : Tot Nut van 7 Algemeen, zich met de fmartelijkfte aandoening herinnerende, den hooggaanden nood, door duizende verarmde Inwoners dezer Stad in den jongftverloopen winter geleden; en ook nu, bij de aanhoudende duurte der levensmiddelen, en de kwijning veler takken van beftaan, met bekommernis over het lot dier ongelukkigen, het naderend winterfaizoen te gemoet ziende; heeft in overwcging genomen, of er van hare zijde geene maatregelen konden beraamd en ingevoerd worden, gefchikt om althans eenigen uit hunne armoede op te beuren; en daardoor de reeds beftaande inrigtingen ter verzorging der noodlijdenden, eenigermate te verligten, of tegen toenemend bezwaar te helpen beveiligen: maatregelen echter, die eene (trekking hebben, om arbeidzaamheid, en in het geheel zedelijkheid en befchaving tevens, te bevorderen.

Het is haar voorgekomen, dat er in dit opzigt, door eene welgeregelde zamenwerking der hulpvaardige en mededeelzame Ingezetenen dezer Stad, en bij eene gepaste verftandhouding met de reeds plaats hebbende armbefturen, onder den Goddelijken zegen, veel meer kan gedaan worden, dan men, bij een oppervlakkig aanfchouwen van de onafzienbare ellende van duizenden onzer Stadofenooten, vermoeden zoude.

o '