is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij heeft daarom befloten tot het nemen eener proeve, of Hechts tot het geven eener aanleiding ter oprigting eener Maatfchappij van iveldadigheid; welke alleen in zoo verre met de maatfchappij tot Nut van 't Algemeen zal verbonden zijn, als de deelnemers zelve zullen verkiezen.

Het hoofddoel dezer Maatfchappij van weldadigheid, — wiens meer bepaalde wijziging al mede aan de deelnemers zelve, of aan de uit hun midden te benoemen HoofdDirectie, wordt overgelaten, — beftaat hierin dat de gezamenlijke behoeftigen, welke tot dezelve behooren, tot één ligchaam worden vereenigd, wiens onderfcheidene Leden, door tusfchenkomst dezer inrigting, worden in ftaat gefteld, om malkander wederkeerig de hand te bieden, ter verbetering van hunnen toeftand. Derhalve komen hier voornamelijk in aanmerking- zoodanige

ö o

perfonen of huisgezinnen, het zij dan ook reeds ten laste eeniger Diakonie vervallen of niet, van welke men nog hopen kan, dat zij, door gepasten raad en bijftand, gepaard met hun eigen goed gedrag, vlijt en bekwaamheid, uit hunne armoede kunnen worden gered. Zullende men echter ook, ingeval de hulpmiddelen zoo verre reiken, aan verarmde oude lieden gaarne onderftand verleenen.

Ingevolge van dit befluit noodigt het Departement niet alleen deszelfs Medeleden, maar ook andere Menfchenvrienden uit, om voor een bepaalden tijd, ten minfte voor de aanftaande zes wintermaanden, aan deze Maatfchappij van weldadigheid deel te nemen, het zij door bijdragen in geld, levensmiddelen, kleedingftukken enz.,