is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij deze aangelegenheid werd de volgende regel gevolgd.

Nadat bekend was, welke bedragen de contribueerende leden voor den komenden winter beschikbaar stelden — waarvoor in October de inschrijvingsbiljetten waren rondgedeeld — en de leden-medewerkers hadden voldaan aan het verzoek om een overzicht te geven van den staat der huisgezinnen, waarover zij het toezicht uitoefenden, kwam de hoofd-directie in de eerste helft der maand November bijeen. In deze vergadering werd nagegaan, welke gezinnen het eerst voor steun in aanmerking kwamen en hoeveel voor elk dezer beschikbaar kon worden gesteld. Dit bedrag kwam evenwel niet in handen van de ondersteunden; slechts werd gesteund met levensmiddelen, enz. Men wilde niet de gelegenheid geven tot misbruiken, die kunnen ontstaan in gezinnen, waar armoede en ellende heerschen. De hoofd-directie besliste tevens, welke „objecten" ter beschikking werden gesteld, en den prijs, die hiervoor moest worden betaald. Van de voor steun in aanmerking komende gezinnen werd aan elk der medewerkers zooveel mogelijk een gelijk aantal toegewezen. Bij ontstentenis van een medewerker nam de boekhouder tijdelijk diens werkzaamheden over.

Kwam het nu voor, dat een gezin van de lijst moest worden geroyeerd, dan werd dit den medewerker medegedeeld, en was een vacature op de lijst van ondersteunden ontstaan door afvoering van een door een hoogen inschrijver voorgesteld gezin, dan werd dezen het volgend jaar hiervan kennis gegeven met het verzoek, zoo mogelijk een nieuwen candidaat te noemen.

Uit een der artikelen, nl. art. 13, is op te maken, dat deze Algemeene Bepalingen niet onmiddellijk bij de oprichting zijn vastgesteld. Hierin werd gesproken over geneeskundige hulp, hoewel eerst den tweeden winter, waarin de Maatschappij werkte, een drietal geneesheeren zich verbonden, den ondersteunden medischen bijstand te verleenen. In Augustus 1818 kwam deze toezegging, zoodat 'tzeer wel mogelijk is, dat het eerste jaar gehandeld is volgens de wenken van den oproep van 21 October 1817 en aan de hand van de praktijk vóór den aanvang van het tweede werkjaar de Algemeene Bepalingen werden gemaakt.