is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de aanneming der voorstellen van prof. mr. Vissering. Weldadigheid moest de gelegenheid om onderwijs te ontvangen bevorderen, zelfs al was dit hooger onderwijs.

Het resultaat was, dat besloten werd om, mocht weer in dezen geest worden beslist, deze post in de rekening en verantwoording afzonderlijk te vermelden. Naar een dergelijk debat heeft men zekei niet terug verlangd. Nog eenmaal is een verzoek van dezen aard behandeld, doch op andere gronden was dit niet voor inwilliging vatbaar.

We hebben nog eens even nagegaan, hoeveel voor onderwijs is uitgegeven, nadat in het dienstjaar 1858/59 de eerste stap was gedaan. De Maatschappij is immer aanvullend opgetreden. En ze deed dit gaarne, zooals uit vele jaarverslagen is op te maken. Het verslag over 1901/02 — en van vroeger zijn er uitlatingen in denzelfden geest _ Zegt bijvoorbeeld over de uitgaven voor onderwijs, die toen iets lager waren dan het voorgaande jaar: „Aangenamer zal het ons zijn, wanneer dit bedrag toe- dan afneemt; we hebben toch in de toekomst het vooruitzicht, dat al degenen die nu, dank zij onze hulp, goed onderwijs ontvangen, later niet alleen niet om ondersteuning zullen aankloppen, maar ons zullen kunnen bijstaan om anderen te helpen .

De weinige guldens van 1859 zijn aangegroeid tot jaarlijks eenige honderden guldens in den laatsten tijd. Wel is er schommeling in de cijfers en komt na een groote stijging een soms aanzienlijke daling. Nauwkeuriger controle op de inkomsten der ouders is veelal de oorzaak eener vermindering. Zoo was in 't thans geëindigd jaar de uitgave ƒ631.77 tegen ƒ 846.79 vóór twee jaar, toen door de buitengewone omstandigheden van het eerste oorlogsjaar meer gevraagd werd. Eén jaar werd op dit hoofdstuk veel uitgekeerd, veel meer dan later ooit geschiedde. Dat was in 1878/79 — het bewuste jaar dat ook voor hooger onderwijs gelden werden besteed toen met ƒ1002.60 werd gesteund. Maar de kas was ruim voorzien en uit den aard der zaak was de Maatschappij licht geneigd tot geven.

Negen-en-vijftig jaar is men thans met dezen arbeid bezig en in dien tijd is voor onderwijs besteed ƒ 20.385.90'! Zou er wel één uitgave zijn, die meer rentegevend is geweest dan deze?