is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren, dat ze afzonderlijk verantwoord dienden te worden. Eén jaar uitgezonderd, het eerste van dit tijdvak, waren ze hooger dan de bijdragen der contribuanten, soms zelfs eenige malen dit bedrag.

De eerste veertig en de laatste zestig jaar vormen een sterk contrast ten opzichte van de inkomsten der Maatschappij. In het eerste tijdperk werd meer dan ƒ168.000, in het tweede — nog twintig jaar langer — ruim ƒ103.000 gecontribueerd! Dat dus in latere jaren door Weldadigheid meer arbeid kon worden verricht, is alleen toe te schrijven aan de andere bronnen, waaruit kon worden geput. Het totaal der bijdragen is zeer, zeer veel minder dan de in een vorig hoofdstuk genoemde som, die alleen voor onderstand in den vorm van naturaliën is uitgegeven, waarbij dan nog moet worden gevoegd het renteverlies op de exploitatie der woningen en op die van de Hulpbank in latere jaren, de onkosten voor het Informatie-bureau en de administratie der Maatschappij.

Er waren dikwijls vrienden van Weldadigheid, die met een aanzienlijke gift haar te hulp kwamen, een buitengewone gave, die niet als jaarlijksche contributie moest worden beschouwd. De eerste maal vinden we dit vermeld in 1831/32, toen ƒ408 werd geschonken als buitengewone bijdrage voor de toen heerschende ziekte. Hooge bedragen vloeiden zoo dikwijls in de kas. Sedert 1900 is 't zelfs regel, dat de Maatschappij op deze wijze haar inkomsten vermeerderd ziet, en menigmaal is veel meer dan ƒ1000 in één jaar geschonken. De hoogste gift was ƒ1206 van de opgeheven Leidsche Vrouwenvereeniging, bedragen van ƒ1000 werden viermaal aan den penningmeester overgemaakt, van ƒ600 achtmaal, van ƒ500 eveneens achtmaal, ƒ300 driemaal, enz. enz. Niet alleen Leidenaars hebben voor deze kasversterking gezorgd, ook niet-stadgenooten deden dit en onder hen was..Sequah, de indertijd befaamde wonderdokter voor rheumatiek- en jichtlijders, die in 1891/92 ƒ100 aan de Maatschappij gaf. In totaal is aan deze giften ontvangen ƒ21.223.82, waarbij inbegrepen de opbrengst van een collecte, groot ƒ937.91, die in 1879 80 werd gehouden ter verbetering van den finantieelen toestand der Maatschappij. Hieraan dient dan nog te worden toegevoegd een schenking van twee aandeelen in de leening