is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgekomen. In het dienstjaar 1911/12 was de prijsstijging zoo hoog, dat reeds in October aan de medewerkers werd bericht, dat ze wegens de duurte over een som van 20 pCt. boven het toegestane bedrag mochten beschikken. Uit het verslag over dit jaar blijkt dat de hoogere uitgaven voor onderstand hadden bedragen ƒ1700 en hierbij werd in het vooruitzicht gesteld, dat ook in 1912 13 de kosten hiervoor het gewone bedrag der laatste jaren zouden te boven gaan, wijl weer hooge prijzen voor de eerste levensbehoeften waren te wachten als gevolg van den natten zomer.

Maar al deze moeilijkheden vroegen van de hoofd-directie ongetwijfeld minder hoofdbreken, dan die welke zich voor 't eerst in 1914/15 voordeden. In het verslag, dat den 9den October 1914 werd uitgebracht, verklaart de hoofd-directie met groote zorg den naderenden winter tegemoet te gaan. Logenstrafte de tijd menigmaal pessimistische verwachtingen, die in den boezem van de Maatschappij werden geuit, ditmaal zijn deze ten volle bewaarheid.

't Is op het oogenblik nog niet de tijd om te schrijven over den invloed van den oorlog op de Leidsche Maatschappij van Weldadigheid, maar reeds nu kan worden verklaard, dat er sedert Augustus 1914 veel is veranderd. Of deze veranderingen blijvend zullen zijn, of de Maatschappij op den duur haar oude standpunt weer zal kunnen innemen? Niemand die daarop een antwoord zal kunnen geven.

Vanaf het seizoen 1914 15 deden zich steeds nieuwe problemen voor. Gelukkig dat de zachte winter van 1915 16 gepaard aan overtollige arbeidsgelegenheid, o.a. door de vele onderhanden zijnde bouwwerken, nog een lichtpunt was in deze donkere jaren, maar het laatste jaar is een van de belangrijkste, misschien wel het belangrijkste gedurende het bestaan van Weldadigheid. De eene moeilijkheid was nauwelijks opgelost of een volgende deed zich reeds weer gevoelen. En ten slotte is een besluit gevallen, waarop reeds een paar maal hiervoor gewezen is, dat n.1. moest worden gebroken met het beginsel, dat geen geld doch alleen goederen aan de ondersteunden zouden worden uitgereikt. Een beslissing mede van groote beteekenis, daar thans de Maatschappij niet langer controle kon uitoefenen op de hoedanigheid der artikelen, die voor de beschikbare gelden werden aangeschaft,