is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beslissing vallen, geheel afwijkend van het bijna honderd jaar toegepaste beginsel, om geen geld te geven. Van nu af mochten geen bons meer worden uitgereikt. Het bedrag, dat de medewerkers nog voor eiken ondersteunde over hadden, moest in gedeelten wekelijks of half-maandelijks worden overhandigd. In verband met de aanhoudende strenge koude mocht voor ieder gezin nog een maximum van vijf gulden worden besteed.

In het verslag over 1915/16 geeft de hoofd-directie uiting van haar gevoelen, dat nog meerdere bezwaren in de toekomst te wachten zijn. Na gewezen te hebben op de gunstige gevolgen van den zachten winter in dat jaar, wordt gezegd:

„Toch dienen wij steeds rekening te houden met den toestand, die eenmaal komen zal, wanneer de oorlog is geëindigd, de duizenden gemobiliseerden naar huis worden gezonden, en de werkloosheid, die gelukkig in het vorige jaar in Leiden gering mocht worden genoemd, door de groote toename van arbeidskrachten aanzienlijke afmetingen zal aannemen. Vele plaatsen zullen dan blijken in den afgeloopen mobilisatietijd door anderen te zijn ingenomen".

Als lichtpunten wordt daarna gewezen- op het aandeel van andere vereenigingen en comité's ter bestrijding van de dan komende tijden met hun hooge eischen voor de particuliere liefdadigheid, maar tegelijk de verwachting uitgesproken, dat de Maatschappij een groot deel van al de zorgen, die dan zullen ontstaan, ten deel zal vallen.

De tijd zal leeren, wat van deze vermoedens zal worden bewaarheid. Maar dat een oproep aan de burgerij om Weldadigheid te steunen hier op zijn plaats is, valt niet tegen te spreken. En de Leidsche burgerij, eenigszins bekend met alles wat de Maatschappij in den loop der jaren en vooral in tijden van zwaren oeconomischen druk, van ziekte en van ellende door strenge winters heeft gedaan, zal zich, naar te hopen is, niet onbetuigd laten. Hier is een mooie en dankbare taak te vervullen, waarbij alle inwoners van Leiden met eenig medegevoel voor den minder met aardsche goederen bedeelde naar hun vermogen kunnen en moeten medewerken.