is toegevoegd aan uw favorieten.

Het honderdjarig bestaan van de Leidsche maatschappij van weldadigheid, ter voorkoming van verval tot armoede

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De secretaris bediende zich voor het nagaan van ondersteunden of van hen, die naar de gunst van Weldadigheid dongen, van iemand, die door zijn beroep veel bij den weg verkeerde. Niemand wist, wie deze „dwarskijker" was en op een voor ieder geheimgehouden wijze stelde de secretaris zich in contact met zijn helper. Zoo bleef de hoofd-directie op de hoogte van de gedragingen der ondersteunden. Op zichzelf was dit goed en vond 'talgemeene waardeering, dat op die wijze controle werd uitgeoefend. Maar er was een bezwaar gerezen. Wie hierdoor op de zwarte lijst was ingeschreven, behoefde nooit te denken, dat hij weer bij de Maatschappij terecht zou kunnen. Al was er vele jaren verbetering waar te nemen geweest in den levenswandel van den betreffenden persoon, voor den secretaris van Weldadigheid deugde hij niet meer, nooit werd weer steun gegeven.

De jongere generatie in de hoofd-directie vond dit onbillijk. Voor haar stond 't vast, dat zoo iemand gesteund moest worden om een nieuwen moreelen teruggang te voorkomen, 't Was volgens haar noodzakelijk bij voortduring meer aandacht te schenken aan het individu.

Maar al 't pleiten hielp niets; wie eens faalde bleef uitgesloten.

Het heengaan van dezen secretaris zou verandering brengen. Dr. Kroon werd zijn opvolger en met hem kwam er een meer vooruitstrevende richting. Deze heeft in z'n functie een buitengewone werkkracht ontwikkeld. Allereerst werd meer gelet op alle gevallen afzonderlijk en niet langer bleef een man of vrouw eeuwig gebrandmerkt, wanneer hij of zij een misstap had begaan. En bovendien werd er vanaf dat tijdstip zorg voor gedragen, dat de Maatschappij meer bekend geraakte. Tot dien tijd was"'tin Weldadigheid haast een onderonsje. Alles bleef in een klein kringetje. De Maatschappij werkte onder een zekere categorie van menschen en de groote massa was langzamerhand Weldadigheid vergeten. Maar nu werd er op gewerkt de groote massa te bereiken, verschil van levensopvatting, van godsdienst •en politiek werd terzijde gesteld. Het Leidsche publiek ging meer meeleven met de Maatschappij, al kan dit in nog meerdere mate het geval zijn.

En zooals er gestreefd werd naar verbetering van de positie