is toegevoegd aan uw favorieten.

De Europeesche oorlog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liezen, nl. Kiaotsjou, dat het in 1898 — voorloopig voor 99 jaar! — van China had gepacht.

Ziedaar een overzicht van de gebeurtenissen der zeven laatste weken. De groote Europeesche oorlog is aangevangen; hoe lang zal hij nog duren? Wie zal zich aan een voorspelling wagen! Maar zooveel laat zich wel vermoeden, dat het pleit niet spoedig zal zijn beslecht. Ook al zouden de Duitsche wapenen zoowel op het westelijk als het oostelijk oorlogsterrein zegevieren, onder de tegenstanders van Duitschland zijn er twee, die, wanneer hun belang dat medebrengt, den oorlog lang zullen kunnen volhouden: Rusland en Engeland. Rusland om de onmetelijke reserves van allerlei aard, waarover het beschikt, en omdat het, door zijne groote uitgestrektheid, zoo moeilijk doodelijk te kwetsen is; Engeland omdat het, door zijne ligging, weinig vrees behoeft te koesteren voor een vijandelijken inval en door zijne overmacht ter zee het economisch leven van Duitschland op den langen duur tot stilstand kan brengen. Alleen dan zou Engeland genoodzaakt kunnen worden den strijd op te geven, wanneer het aan de Duitsche marine, in samenwerking met de Duitsche luchtvloot, mocht gelukken Engeland ter zee een groote nederlaag toe te brengen. Maar geschiedt dit niet, dan zal Engeland, gesteund door al zijne koloniën, Duitschland kunnen uitmergelen.

Nog een andere reden kan den duur van den oorlog verlengen. Het is niet onwaarschijnlijk, dat nog meer mogendheden in den oorlog betrokken zullen worden, dan thans reeds het geval is. Zal Italië zijne neutraliteit kunnen volhouden? Hoelang zal het nog duren, voordat Turkije, dat zich reeds uitrust ten oorlog, openlijk partij kiest? En zullen de andere Balkanmogendheden dan niet eveneens hunne keuze hebben te doen ?

Zoo staan wij aan het begin van een Europeeschen oorlog, waarvan de gevolgen zich niet laten overzien. Natuurlijk is hij onverwachts gekomen; groote historische gebeurtenissen werpen haar schaduw wel lang vooruit, maar alleen de latere geschiedschrijver merkt dat op. De overgroote