is toegevoegd aan uw favorieten.

De Europeesche oorlog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

generalen staf altijd eerzuchtige officieren en ervaren strategen, die er naar verlangen hun eigen bekwaamheid en de voortreffelijkheid van hun leger metterdaad te doen blijken. Het is de plicht van de leiders der staatkunde om dergelijke neigingen in toom te houden; maar hebben zij dat in dit bepaalde geval gekund en gewild? Op zulke vragen zal eerst later het antwoord zijn te geven, wanneer het aandeel van Keizer Wilhelm II en van zijne verantwoordelijke en onverantwoordelijke raadgevers in de beslissingen van dezen zomer bekend is geworden.

Niet alleen van militaire zijde kan een politiek zijn aangestookt, die op oorlog moest uitloopen. Ook in andere kringen, met name in die der „All-Deutschen", bestond het verlangen, dat Duitschland eindelijk eens zijne macht zou toonen. Hoe had men zich daar niet geërgerd over het herhaaldelijk terugwijken van Duitschland in de Marokkaansche quaestie, vooral na den Panther-sprong van Agadir! Hoe had men niet gesmaald op den aalmoes van het stuk Fransche Kongo, waarvoor Duitschland Marokko aan Frankrijk had overgelaten! Hoe vaak had men het daar niet verwenscht, dat Wilhelm II zich tot taak scheen te hebben gesteld een vredes-keizer te zijn! De Duitsche diplomatie had niet kunnen beletten, dat Duitschland in Europa hoe langer hoe meer geïsoleerd stond; had moeten toezien, hoe Engeland zich voor goed in Egypte nestelde, Frankrijk in Marokko, Italië in Tripolis. Wat baatten Duitschland zijn leger en zijne vloot, wanneer het bij diplomatieke onderhandelingen steeds aan het kortste einde trok! Laat het dan zijn zwaard ontblooten: „wer die Macht hat, ist im Recht!"

Ten slotte kan in den zomer van 1914 nog een ander argument zijn aangevoerd om Duitschland tot een oorlogzuchtige politiek aan te sporen, een argument, dat zoowel voor militairen als voor diplomaten kan hebben gegolden. Wij bedoelen, dat men in Duitschland er vast van overtuigd was, dat Rusland zich uitrustte ten oorlog; men wist daar, dat het met het geld van de Fransche leeningen militaire spoorwegen bouwde en zijn artillerie vermeerderde en verbeterde; men vermoedde dat het over één of twee jaar geheel gereed