is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wet-Boek" en notulen 1784 fo 11, 13 en 21). Een grondige herziening dezer wetten, die, hoewel geheel verouderd, nog altijd door ieder nieuw aangekomen lid van den kerkeraad geteekend worden, kon dan meteen plaats hebben.

Of het mogelijk is wijzigingen aan te brengen ook in die bepalingen welke betrekking hebben op de secrete kas of het fonds tot den predikdienst?

De geschiedenis en de rechtspositie van dit fonds zijn wel in hoofdzaak, maar wegens het ontbreken van bijna alle authentieke stukken niet in bijzonderheden duidelijk.

Reeds in 1568 en 1581 werd op Waterlandsch-doopsgezinde synoden o. a. besloten „dat een gemeente die iemand met het „leeraarsambt bezwaart, ernstig zorg zal dragen dat hij in zijn „huiselijke zaken door den dienst niet verkort worde, maar er voor „zijn onderhoud worde gezorgd; dat een gemeente die den dienst „van een buitenleeraar geniet, hem behoorlijk kosteloos stelle ' (Blaupot ten Cate, Holland I 121). Deze zorg, straks ook bij de Vlaamsche e. a. doopsgezinden behartigd, bracht de gemeenten op niet onbelangrijke kosten, vooral toen het gebrek aan leeraren steeds meer een chronisch kwaad werd, zoodat het noodig was, zou in den dienst des Woords voorzien worden, preekers van elders, de z.g.n. buitenmannen, te laten komen. Met het oog wellicht op den afkeer van conservatieve elementen tegen al wat naar bezoldiging der leeraren, dien smaad van den heiligen geest, zweemde, hebben de wenschelijkheid om de armenkas niet te bezwaren met kosten voor den eeredienst en het verlangen om aan den predikdienst een soliden stofïfelijken grondslag en behoorlijke bestendigheid te geven samengewerkt tot het oprichten van afzonderlijke kassen of fondsen, bij voorkeur bestuurd niet door de diakenen, die immers naar de Schrift geroepen waren om der nooddruftigen „tafelen te dienen" (Hand. 6 : 2), maar door „gecommiteerden". Bij de twisten in de gemeente bij het Lam te Amsterdam in de jaren 1655 —1664 is sprake van „de secrete geldmiddelen der gemeente" en burgemeesters der stad fungeeren als scheidsrechters om uit te maken de eene maal op welke wijze de administrateuren gekozen dienen te worden en rekening en verantwoording aan den kerkeraad hebben te doen, dan wie van de twistende