is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fo. 12). Dat daarbij eenig beding werd gemaakt waardoor de kerkeraad iets van zijn vroegeren invloed bij de verkiezing van nieuwe directeuren en van zijn toezicht op het beheer behield, blijkt niet; de indruk wordt gewekt dat het tegendeel is geschied. De haastige en ongewone manier waarop de zaak bij de broederen werd doorgedreven (het voorstel had niet ter visie gelegen en was bij de aanzegging door den koster niet vermeld!) wijst erop dat de kerkeraad ook zelf het gevoel had aan den wensch, om aan de secrete kas weer zelfstandigheid (als vóór 1713.) te verleenen, meer toe te geven dan met de traditie overeenkwam. Was ds. W ij n a 1 d a en de kerkeraad die met hem meeging kortzichtiger dan Buijssant c.s. die het genomen besluit betreurden (IX)? Of had hij een bepaalde reden om afwijking van de oude inzetting ook met benadeeling van zijn (des kerkeraads) eigen machtspositie gewenscht te achten, wilde hij misschien vóór alles de positie van den „gestudeerden" leeraar, het gestudeerd-leeraarschap zelf (sit venia verbo) zooveel mogelijk onaantastbaar maken, althans verheffen boven de wisselende inzichten van een kerkeraad ? Een feit is het dat, dringender dan ooit, in de jaren die aan 1739 voorafgingen de beroeping van academisch gevormde leeraren in het oog van vele belangstellende gemeenteleden die ook bereid waren daarvoor belangrijke geldelijke offers te brengen, voor de instandhouding en bloei der gemeente een gebiedende noodzakelijkheid was geweest, terwijl anderen, onder wie de oudere nietacademisch gevormde en alleen met onvaste dotaties ondersteunde leeraren (D.G. Bijdr. 1863, bl. 149) met hun aanhangers daar min of meer fel zich tegen hadden gekant. Twee ten deele naast elkander, ten deele tegen elkaar inwerkende krachten zijn in dien tijd te onderscheiden, eene ijverend voor het gestudeerd-leeraarschap, een andere bezorgd over de nooden der armen; terwijl beide (uit verschillende beweegredenen weliswaar) bevorderlijk konden zijn voor de oprichting of bevestiging eener afzonderlijke, speciaal voor den predikdienst bestemde kas, lag het in de lijn van de eerste om ervoor te waken dat niet te eeniger tijd een eenzijdig diaconaal voelende kerkeraad toch weer op de een of andere wijze de afgezonderde gelden zou doen afvloeien naar de armenkas. Het is wel niet „toevallig" dat ds. Age Wijn al da, een der eerste „gestudeerde" leeraren in de Peuzelaarsteeg, de leiding had bij het nemen van het aangevochten besluit (42).

Hoe het ook zij, de positie van directeuren is sinds 1739