is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot den predikdienst als een en dezelfde zaak. Maar dan moet worden aangenomen dat directeuren omgekeerd het bijeengebrachte fonds in de secrete kas hebben gestort (het eenige waartoe zij, behoudens de goedkeuring der contribuanten, recht hadden), aldus de historische lijn vanaf 1684, toen de kas werd opgericht, bewarende, en de kas als gemeentelijk eigendom intact latende.

Maar er is meer.

In i/51 legateerde Petronella Langedult veertigduizend gulden, niet aan het fonds tot den predikdienst, maar aan de gemeente, ten bate eensdeels van de armenkas, anderdeels van genoemd fonds (XI), en van geen enkele zijde werd op dezen vorm der beschikking (omtrent welke om andere reden in den breede beraadslaagd en zelfs juridisch advies ingewonnen werd) aanmerking gemaakt; integendeel, de wijze waarop in de notulen dat tweevoudig legaat vermeld wordt, de optelling der gelegateerde sommen tot één bedrag, bewijst dat ook naar het oordeel van den kerkeraad de gemeente erfde en dus ook de gemeente geacht moest worden eigenares te zijn van de secrete geldmiddelen (44).

Van beteekenis is ook dat de naam „secrete kas" ook na 1739 bewaard blijft en tot aan de vereeniging der twee gemeenten, ook daarna, (o.a. in de A. v. V.) afwisselend gebruikt wordt met „fonds tot den predikdienst „Secreet" beteekent in dezen niet geheim (4®)! Geheim waren de bedoelde kassen volstrekt niet, noch in de Peuzelaarsteeg (in 1713 bezat de kas hier ca. ƒ 7200.00 benevens een half huis, zie Resolutieboek D fo. 102) noch op het Heiligland (in 1784 had de kas hier een kapitaal van ruim f 100000.00, Notulen Juli 1784, boek 7C fo. 67). „Secreet" wil zeggen „afgezonderd", t. w. van „de gewone geldmiddelen" of „Armenkas". De naam wijst beide kassen (de secrete en de armen-) als gelijksoortige nevensstellingen aan, beide als het eigendom der gemeente met dit eene verschil, dat de armenkas bestemd is voor de bedeeling en de gewone uitgaven als het onderhoud der kerk en andere dgl. zaken, terwijl de secrete kas voor een bijzonder doel, i. c. den predikdienst wordt afgezonderd en apart geadministreerd.

Een vergelijking met de secrete kas op het Heiligland, eveneens met zeer zelfstandige directie, maar toch beslist het eigendom der gemeente (waarover straks nader) wijst in dezelfde richting.

Moet dus worden aangenomen dat de gemeenteleden die in 1739 gelden bijeenbrachten niet bedoelden een stichting naast de gemeente maai een schenking aan de gemeente (een „schenking onder een