is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dienst gekozen Frangois Yriends en Barend de Klerk. Allen tegenwoordig".

Boek ie fo. 49, 1784. „Extra Comparitie op Maandag den 3istenMay „des voormiddags, na Kerktijd, met de Broederen, die tegenwoordig zijn „gebleven, treedt men thans tot de verkiezing van Diakenen".

21) Oorspronkelijk werd ook de herkiezing van diakenen, wanneer een der benoemden bedankte, door de broederen verricht, (b.v. Not. Peuz. 1716 130 v.: „Den 28sten May, Donderdag, op extra comparitie. Is bij „het Collegie geresolveert teegens Zondag 7 Juni de Broederen voor „te stellen, dat twee verkoorene Persoonen het Diakenampt geweigerd hebben, en te verzoeken of zij kunnen goedvinden om twee „andere in derselver plaatsen te verzoeken"; of 1722 fo. 191 : „7 Juni, „Zondag. Door de Broederen geresolveert om heeden over veertien „dagen, zijnde den 2isten Juni, twee Broederen tot Diaconen te „verkiezen in de plaats van diegeene die het geweigerd hebben te bedienen", (met een aanteekening aan den kant: „verrigt en verkiesing gedaan").

Later schijnen de herverkiezingen aan den kerkeraad te zijn gekomen, aanvankelijk wellicht krachtens een mandaat van de broederhandeling, daarna als vaste gewoonte. De notulenboeken toch vermelden vaak dat een of meer der benoemden „weigerden" zonder dat zij van een herverkiezing gewagen. In 1783 schrijft Pieter Kops in zijn protest tegen den kerkeraad, dat „bij wijze van ingeslopen misbruik de diakenen bij vacature zichzelf verkiezen". Hij kan daarbij niet wel gedacht hebben aan de gewone vacatures, want nog in 1782 op den Tweeden Pinksterdag had de vervulling van die vacature door de broederhandeling plaats (Not. 7 c fo. 49); Kops had zeker de buitengewone vacatures in het oog, ontstaan door overlijden of tusschentijdsche uittreding, misschien ook de vacatures die openbleven door weigering om een benoeming aan te nemen. Not. April 1784 (fo. 45) staat genoteerd, dat „bij verandering „van tijden en omstandigheden sommige der Wetten, tot hiertoe in gebruik, „nietig of ten minste zeer gebrekkelijk geworden zijnde", de kerkeraad een commissie benoemde om de wetten te herzien. Zoo reikte aan een onbewust slijtingsproces een bewust zelfstandig optreden van den kerkeraad de hand.

22) „Hunne Leer van de kerke" (aldus in 1741 Rues Tegenwoord. Staat bl. ro4) „luid doorgaans niet meer zoo gelyk onder hen in den beginne. „Zy weten het zeer wel, en bescheiden Mannen onder hen bekennen „het met leedwezen, dat zy uit geene zigtbare Gemeente van waaragtige „Heyligen bestaen, maer eene Gemeente zyn van Geroepene Christene, „onder welke eenige der Waerheit getrouw worden, terwijl veele andere „in haere Gemeenschap met ongebrokene harten komen".

Begeleidende verschijnselen van het verminderend enthusiasme zijn