is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beheer worden gerekend, al zal in bijzondere gevallen, b.v. wanneer het een aanzienlijk kapitaal met veel risico ten bate eener niet doopsgezinde instelling geldt, het bestuur tot zijn ontlasting en de groote kerkeraad om principiëele redenen gezamelijk overleg op prijs stellen.

Dat het fonds Van Zanten bij de stichting van het schoolfonds in 1892, en ook reeds vroeger, (23 Mei 1878 notulen fo. 291) een soortgelijke machtiging niet vroeg, kan verdedigd worden met een beroep op het testament waarin Dr. Jacobus van Zanten uitdrukkelijk en herhaaldelijk verklaart „alles aan de Executeurs en Administrateurs in den tijd „volkomen toe te betrouwen" en „dat niemand buyten d' Executeurs en „Administrateurs in den tijd zich daar meede (met het kapitaal) zal „mogen bemoeijen of deswegens iets aanmatigen", welke bepaling gehouden kan worden voor de natuurlijke beperking van de bepalingen in de A. v. V. Het is wel waar dat het aangehaalde niet slaat op de door den testateur niet voorziene mogelijkheid dat het kapitaal eenmaal ook nog voor iets anders dan turf en koren zou kunnen strekken, maar het -is niet onredelijk de geest en richting der testamentaire voorschriften ook op die niet voorziene mogelijkheid toe te passen; mits op hun beurt administrateuren bij de besteding der gelden nooit gaan buiten de doopsgezinde gemeente (in het bijzonder haar armen- en weezenzorg), die immers, eveneens in den geest van het testament, „algeheele erfgenaam" is (X).

52) Voor het vormen van een juist begrip van het oude eigendomsrecht der gemeente zijn b.v. de volgende feiten zeker niet zonder belang.

Bij de scheiding in 1670 tusschen de aanhangers van Snep en die van Van Vollenhoven werden „ook de Hofjes en Weeshuys" gedeeld, overeenkomstig de arbitrale beslissing der overheid (D. G. Bijdr. 1863 bl. 144, 157 v. v.).

Toen Jan Everts c.s. die zich in 1681 van de gemeente in de Blok hadden afgescheiden, na een tijdlang in ,,'t Glashuys" te hebben vergaderd, een kerk in de Kruisstraat bouwden, moest de bouw overeenkomstig de uitspraak van burgemeesteren „betaalt worden uyt beijde „gemeenten, zoowel die 't bezit op 't Heyligland genomen, als [die] in ,,'t glashuys en elders gesworven hadden" (ib. bl. 150).

Het Zuiderhofje met alle kenteekenen van een stichting werd in 1681 aan de gemeente van Everts toegewezen tegen storting van /8000.— (notulen Blok 1783). De voorafgegane opneming van precies het aantal leden van elke partij diende om evenals ten opzichte van den kerkbouw ook ten opzichte van het kapitaal en de stichtingen „de deelen na proportie der Leedernaaten te stellen". In het algemeen hadden de verdeelingen der gemeentegoederen in geval van scheuring plaats „naar advenant van de Hoofden" (zie nader de uitvoerige verslagen bij Van Gelder fo. 23, 25, 30 v., 61, 275,* 301).